0

Een paar maanden geleden las ik een boek van Richard de Leth “Oersterk” en daar kwam een passage in voor dat de vitamine en mineralen hoeveelheden in onze voeding de laatste 75 jaar flink zijn gedaald. Ik had het ergens al eens eerder gelezen.
Rond die tijd sprak ik met een biogeoloog over gesteentemelen.
Zijn idee was dat onze bodem waar we landbouw op bedrijven door een natuurlijk proces “uitgeloogd” wordt van mineralen maar ook van mineraalstructuren waar micro-organismen zich goed op kunnen vastzetten (een soort huis voor hen). Er vind geen aanvoer van nieuwe mineralen plaats door vulkanisme, door winderosie of door overstromingen langs rivierbeddingen, waar deeltjes afgezet kunnen van gesteenten uit de bergen.
Onze gronden worden hierdoor “armer” waardoor de gewassen die er op groeien o.a. minder mineralen en vitamines gaan bevatten. Door het toevoegen van vulkanische gesteentemelen en een soort kleimineralen aan je bodem zou je deze uitloging van de bodem kunnen compenseren en de bodemvruchtbaarheid kunnen herstellen.

De wijze van landbouwbedrijven lijkt mij ook een belangrijke factor te zijn in de kwaliteit van de geteelde gewassen. Al jaren hanteer ik het idee, een gezonde bodem zorgt voor een gezond gewas en dat gewas is dan voedend voor ons als mens. Goed voor de bodem zorgen zit in allerlei activiteiten die ik doe of juist niet doe ingesloten. Dat is letterlijk en figuurlijk de grondslag van m’n bedrijf.

De vraag die de laatste maanden bij me naar voren is gekomen is  hoe kan ik de innerlijke kwaliteit van de geteelde gewassen (groenten) verbeteren door de wijze waarop ik de bodem en alles wat er in leeft beheer. En op wat voor manier kan ik dat dan eenvoudig meten.

Pas geleden heb ik een refractometer aangeschaft waarmee je de opgeloste stoffen in plantensap kan meten. Die opgeloste stoffen kunnen mineralen, vitamines maar ook ander oplosbare organische verbindingen zijn, waarmee bijvoorbeeld de plant zich wapent tegen insecten. Deze Brixwaarde wordt wel als eenvoudige maat genomen voor de innerlijke kwaliteit van de groente of het fruit. Het is ruwweg een indicatie hiervoor.

Er zijn tabellen gemaakt, van de relatie van de Brixwaarde, die je met de refractometer meet en de innerlijke kwaliteit van het gewas.

De Brixwaarde van het bladplantsap geeft daarnaast aan hoe het met de plant gaat.
Een lage waarde geeft aan dat de plant aan het overleven is. De plant is gevoelig voor de aantasting door insecten. Vanaf een Brixwaarde van 6 gaat heeft energie over om zich te “wapenen” tegen insecten. En bij een waarde van 12 en meer is hij totaal niet meer interessant voor insecten en ziekten.
Er zijn mensen die menen dat vanaf deze blad-brixwaarde de plant echt voedend voor ons wordt. Dan is het eten van deze groenten niet alleen eten maar ook echt voeding.

De afgelopen maand heb ik van een aantal groenten op de Wenteling de Brixwaarden gemeten. Niet alleen van het blad maar ook van de wortel, knol of vrucht. Sommige groenten zijn vaker bekeken en dat gaf soms wat verschil in waarden.
Hieronder een overzichtje.

Zoals u ziet sommige groenten zijn goed, terwijl andere nog wel aandacht nodig hebben. Een mooie uitdaging voor de komende teeltjaren!